Tweede kwartaal 2026 data

Gedurende de periode van 1 april tot en met 30 juni 2026 bevatte de dataset 30.375 berichten, waarvan 14.460 berichten in april, 9.329 in mei en 6.586 in juni. De activiteit was het hoogst in april en nam vervolgens geleidelijk af gedurende het kwartaal.

Het algemene toxiciteitsniveau bleef gedurende de onderzoeksperiode relatief laag, met een gemiddelde toxiciteitsscore van 0,20 in april, mei, juni en over het tweede kwartaal als geheel. Slechts een zeer klein aantal berichten (ongeveer 45 berichten, minder dan 1% van de totale dataset) behaalde een toxiciteitsscore van hoger dan 0,8.

De meest voorkomende vormen van toxiciteit waren gedurende het kwartaal gerelateerd aan politiek, minachting, racisme, grof taalgebruik en bespotting. Hoewel april werd gekenmerkt door een relatief sterkere aanwezigheid van minachting, lag in mei de nadruk meer op politieke uitingen en grof taalgebruik. In juni werd naast minachting, racisme en grof taalgebruik ook seksisme zichtbaarder. Ongeveer 2% van alle berichten bevatte bedreigende taal. Daarnaast kwam desinformatie als afzonderlijke categorie alleen in mei duidelijk naar voren, waar deze in ongeveer 1% van de berichten werd aangetroffen.

Ook de meest voorkomende combinaties van toxische categorieën veranderden licht gedurende het kwartaal. In april was de meest voorkomende combinatie religie en bedreiging, terwijl in mei en in het kwartaaloverzicht als geheel de combinatie politiek en haat tegen Joden domineerde. In juni verschoof dit naar politiek en bedreiging, wat erop wijst dat politieke discussies steeds vaker gepaard gingen met dreigende en vijandige retoriek.

Veelvoorkomende toxische trefwoorden gedurende het tweede kwartaal waren onder meer: kees, zeiken, tuig, achterlijk, haatbaarden, jihad, rotzooi, laf, tang, mocro, afknallen, Heil Hitler, deportatie van Joden, godverdomme, flikker en uitroeien. Deze termen weerspiegelen een combinatie van antisemitische, anti-islamitische, anti-migratie, misogynistische, anti-LHBTIQ+ en politiek polariserende narratieven. Voorbeelden van zeer toxische berichten betroffen onder meer uitingen gericht tegen moslims, verwijzingen naar extremistisch geweld en expliciete oproepen tot uitsluiting of uitroeiing.

Hoewel het aandeel zeer toxische berichten gedurende het tweede kwartaal beperkt bleef, laat de dataset zien dat politieke discussies de belangrijkste aanjager van online toxiciteit bleven. Deze discussies gingen structureel samen met racistische, antisemitische, anti-islamitische en andere identiteitsgerichte vijandige narratieven. De aanhoudende aanwezigheid van bedreigende taal onderstreept bovendien dat politieke en maatschappelijke ontwikkelingen ook in het tweede kwartaal van 2026 een belangrijke voedingsbodem vormden voor bredere haatdragende en uitsluitende online discussies.

Dominante narratieven in het online debat

wordcloud dood politiek witte geweld islamitische kip slachtoffers dikke moord hond kees belachelijk koning vermoord roze moslims honden baarmoeder links allah rechter ouwe jezus boeren israël rechts chinese 1 god democratie vrede vechten puber onveilig is eerwraak broeder maatregelen verboden zwak syrische racistische nederlander moorden mocro kut homo elite diversiteit asielcrisis
Top 50 keywords ( THREAT = bold ) – © EOOH

De onderstaande woordwolken tonen de 50 meest voorkomende toxische trefwoorden in april, mei, juni en over het tweede kwartaal van 2026 als geheel. De grootte van elk woord weerspiegelt hoe vaak het voorkomt ten opzichte van de andere termen. Net als in het eerste kwartaal bleef politiek het dominante thema gedurende het tweede kwartaal van 2026. Het woord politiek behoort in alle maandelijkse woordwolken en in het kwartaaloverzicht tot de meest prominente trefwoorden. Dit bevestigt dat politieke discussies de belangrijkste context bleven waarbinnen toxische online uitingen plaatsvonden.


Een opvallende ontwikkeling ten opzichte van het eerste kwartaal is de nog sterkere aanwezigheid van geweldsgerelateerde taal. Begrippen als geweld, dood, slachtoffers, moord, vermoord, vechten, rellen, slopen, bedreiging, aanvallen en onveilig komen in vrijwel alle woordwolken prominent naar voren. Vooral in april lag de nadruk sterk op rellen, geweld en slachtoffers, terwijl in mei woorden als vermoord, aanvallen en revolutie meer zichtbaar werden. In juni bleven dood, geweld en moord dominant aanwezig. Dit wijst erop dat discussies gedurende het kwartaal in sterke mate werden gekenmerkt door dreiging, geweld en maatschappelijke onrust.

wordcloud geweld politiek dood islamitische slachtoffers virus omvolking nederlander links dikke vermoord rellen vechten israël taart kut hond belachelijk democratie witte kip kees allah genocide israel verboden rechts vrede klimaat zwak slopen slapper revolutie racistische racistisch onveilig moord linkse laffe honden elite de vrouwen bevolking baarmoeder aanvallen 1 walgelijk tuig ons land antisemitisme
Top 50 keywords ( THREAT = bold ) – © EOOH


Daarnaast blijft de verwevenheid tussen politieke discussies en identiteitsgerichte narratieven duidelijk zichtbaar. Verwijzingen naar islamitische, moslims, Allah, hoofddoek, broeder, wollah en Marokkanen laten zien dat discussies over de islam en etnische minderheden gedurende het gehele kwartaal prominent aanwezig bleven. Ook verwijzingen naar Israël, antisemitisme en genocide komen regelmatig terug, wat erop wijst dat het conflict in het Midden-Oosten en de maatschappelijke discussie daarover een belangrijke rol bleven spelen in toxische online gesprekken.






Binnenlandse maatschappelijke thema's zijn eveneens sterk vertegenwoordigd. Woorden als Nederlander, links, rechts, boeren, democratie, elite, omvolking, diversiteit en asielcrisis wijzen erop dat discussies over nationale identiteit, migratie en politieke tegenstellingen een belangrijke voedingsbodem bleven voor toxische uitingen. Opvallend is dat termen als witte, dikke, kip, hond, homo, flikker en lekker ding laten zien dat ook persoonlijke kenmerken en identiteiten regelmatig onderwerp waren van beledigende of discriminerende taal.

wordcloud politiek geweld rellen dikke 1 dood boeren slachtoffers nederlander islamitische witte racistisch hond moslims links racistische onveilig kip honden belachelijk wollah slopen moord kut kees is hoofddoek geloof me die vent broeder rechter verkrachten vechten tuig relschoppers rechts marokkanen lelijk lekker ding gezeur flikker diversiteit blonde bek bedreiging arabië alles kapot god verboden maatregelen
Top 50 keywords ( THREAT = bold ) – © EOOH


Vergeleken met het eerste kwartaal lijkt het tweede kwartaal bovendien een bredere spreiding van doelwitten te laten zien. Waar de nadruk eerder vooral lag op antisemitische, anti-islamitische en anti-migratienarratieven, komen in het tweede kwartaal ook vaker verwijzingen naar vrouwen, LHBTIQ+-personen, boeren, etnische groepen en maatschappelijke instituties voor. Hierdoor ontstaat een breder palet aan identiteitsgerichte vijandbeelden binnen dezelfde politieke discussies.

wordcloud dood politiek geweld islamitische witte slachtoffers dikke kip hond rellen 1 nederlander links belachelijk moord kees boeren vermoord moslims honden vechten israël allah onveilig kut democratie racistische racistisch omvolking rechts rechter baarmoeder roze ouwe koning broeder vrede verboden virus god jezus maatregelen wollah tuig taart slopen israel is elite diversiteit
Top 50 keywords ( THREAT = bold ) – © EOOH

De woordwolken bevestigen daarmee de bevindingen uit de toxiciteitsanalyse. Hoewel het algemene toxiciteitsniveau gedurende het tweede kwartaal relatief laag bleef, werden de online discussies gekenmerkt door een voortdurende combinatie van politieke polarisatie, gewelddadige retoriek, anti-islamitische en antisemitische narratieven, anti-migratiediscours en identiteitsgerichte vijandigheid. Opvallend is bovendien dat gewelddadige taal in het tweede kwartaal nog prominenter aanwezig lijkt dan in het eerste kwartaal, wat erop wijst dat maatschappelijke en politieke gebeurtenissen steeds vaker aanleiding vormden voor dreigende en polariserende online discussies.


De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende toxische categorieën die zijn aangetroffen in de datasets van april, mei, juni en het tweede kwartaal van 2026 als geheel. Per categorie worden de relatieve frequentie, de gemiddelde toxiciteitsscore en de meest voorkomende trefwoorden weergegeven.


De resultaten laten zien dat de algemene structuur van de online discussies gedurende het tweede kwartaal grotendeels stabiel blijft. Bespotting (ridicule), minachting (contempt), racisme, politiek, religie en bedreiging behoren in alle maanden tot de meest voorkomende categorieën. Dit bevestigt dat online toxiciteit gedurende het kwartaal niet werd gedreven door één specifieke gebeurtenis, maar door terugkerende maatschappelijke en politieke discussies waarin dezelfde vormen van vijandigheid telkens opnieuw naar voren kwamen.


Politiek blijft de centrale context waarbinnen veel toxische uitingen plaatsvinden. De bijbehorende trefwoorden verschuiven echter gedurende het kwartaal. In april staan termen als Israël, politiek en antisemitisme centraal. In mei verschuift de nadruk naar antisemitisme, linkse en politiek, terwijl in juni termen als Hamas en hoofddoek prominenter worden. Dit wijst erop dat actuele maatschappelijke gebeurtenissen en internationale ontwikkelingen voortdurend nieuwe invalshoeken bieden voor dezelfde gepolariseerde politieke discussies.


Ook binnen de categorie religie blijft de focus gedurende het kwartaal grotendeels gericht op de islam en het conflict in het Midden-Oosten. Waar april nog vooral wordt gekenmerkt door de combinatie islamitische, Israël en dood, verschuift dit in mei naar offerfeest en antisemitisme. In juni spelen hoofddoek en amen een grotere rol. Deze ontwikkeling laat zien dat religieuze discussies nauw verbonden blijven met politieke en maatschappelijke gebeurtenissen.


De categorie bedreiging wordt gedurende het kwartaal consequent gekenmerkt door woorden als geweld, dood en slachtoffers. In juni verschuift de nadruk enigszins richting termen als rellen en relschoppers, wat suggereert dat discussies vaker betrekking hadden op maatschappelijke onrust en openbare orde. Tegelijkertijd blijven de gemiddelde toxiciteitsscores binnen deze categorie relatief stabiel.
Binnen de categorie racisme blijven de trefwoorden opvallend constant. Begrippen als islamitische, dikke, kees en moslims keren gedurende alle maanden terug. Dit wijst erop dat racistische uitingen zich gedurende het tweede kwartaal niet richtten op één specifieke doelgroep, maar een terugkerend onderdeel vormden van bredere identiteitsgerichte discussies. Ook seksisme blijft aanwezig, met terugkerende trefwoorden als kip en kut, terwijl de specifieke beledigingen per maand licht variëren.


Een interessante ontwikkeling is zichtbaar binnen de categorie onwaarheden (untruth). In april ligt de nadruk op complottheorieën zoals 5G, omvolking en de roverheid. In mei verschuift dit naar termen als genocide, 6 miljoen Joden en WEF, terwijl in juni woorden als wappies, pedofielen en corrupt systeem domineren. Dit laat zien dat desinformatie gedurende het kwartaal voortdurend inspeelt op actuele maatschappelijke thema's, terwijl de onderliggende complotnarratieven grotendeels behouden blijven.


Ten slotte laat de categorie haat tegen Joden zien dat antisemitische narratieven gedurende het gehele kwartaal sterk aanwezig blijven. Hoewel de gebruikte trefwoorden per maand enigszins veranderen – van Israël en antisemitisme in april naar genocide en Holocaust in mei en Hamas en landverraders in juni – blijft de thematiek duidelijk gekoppeld aan het conflict in het Midden-Oosten. Hierdoor vormt antisemitisme, net als in het eerste kwartaal, een structureel onderdeel van de bredere politieke online discussies.


Over het geheel genomen bevestigen de tabellen dat de verschillende vormen van online toxiciteit gedurende het tweede kwartaal opmerkelijk stabiel blijven. De doelwitten en actuele onderwerpen veranderen, maar de onderliggende patronen van politieke polarisatie, identiteitsgerichte vijandigheid, racisme, antisemitisme en bedreigende retoriek blijven gedurende de gehele onderzoeksperiode duidelijk zichtbaar.

Analyse van de verdeling van toxische categorieën

barchart 1 2 3 4 PROFANITY RIDICULE CONTEMPT RACISM SEXISM POLITICS RELIGION THREAT UNTRUTH score > 0.8 (± 20) > 0.2 (± 400) = 0.0 (± 10K)
Number of toxic messages by category – © EOOH

De onderstaande figuren tonen het aantal toxische berichten per categorie gedurende april, mei, juni en het tweede kwartaal van 2026 als geheel. De grafieken maken onderscheid tussen zeer toxische berichten (score >0,8), berichten met een gemiddelde toxiciteit (>0,2) en berichten zonder significante toxiciteit.


De resultaten laten zien dat politiek gedurende het gehele tweede kwartaal veruit de grootste bron van online toxiciteit blijft. In alle maanden bevat deze categorie de meeste toxische berichten, waarbij april het hoogste absolute aantal laat zien, gevolgd door een afname in mei en een verdere daling in juni. Ondanks deze afname blijft politieke berichtgeving met afstand de dominante context waarin toxische uitingen plaatsvinden.


Na politiek vormen bespotting (ridicule) en minachting (contempt) de meest voorkomende categorieën. Vooral ridicule blijft gedurende alle drie de maanden sterk vertegenwoordigd, wat erop wijst dat beledigende en denigrerende communicatie een structureel onderdeel vormt van online politieke discussies. Contempt laat een vergelijkbaar patroon zien, hoewel deze categorie in absolute aantallen iets lager ligt.

barchart 1 2 3 4 PROFANITY RIDICULE CONTEMPT RACISM SEXISM POLITICS RELIGION THREAT UNTRUTH score > 0.8 (± 15) > 0.2 (± 300) = 0.0 (± 8.5K)
Number of toxic messages by category – © EOOH



Racisme en religie behoren eveneens consequent tot de grotere categorieën. Hoewel het aantal berichten lager ligt dan bij politieke toxiciteit, blijven beide thema's gedurende het gehele kwartaal duidelijk aanwezig. Dit sluit aan bij de inhoudelijke analyse van de trefwoorden, waaruit blijkt dat discussies over migratie, islam, antisemitisme en het conflict in het Midden-Oosten sterk verweven zijn met politieke discussies.







barchart 1 2 3 PROFANITY RIDICULE CONTEMPT RACISM SEXISM POLITICS RELIGION THREAT UNTRUTH score > 0.8 (± 7) > 0.2 (± 250) = 0.0 (± 6K)
Number of toxic messages by category – © EOOH

De categorie bedreiging blijft gedurende het kwartaal relatief stabiel. Hoewel bedreigende uitingen een kleiner aandeel vormen dan politieke of beledigende communicatie, blijven zij in iedere maand zichtbaar aanwezig. Het aantal zeer toxische bedreigingen blijft beperkt, maar de categorie laat zien dat expliciete geweldsretoriek een terugkerend onderdeel vormt van de online discussies.
Seksisme en desinformatie (untruth) blijven de kleinste categorieën gedurende het tweede kwartaal. Opvallend is echter dat desinformatie in mei relatief sterker vertegenwoordigd is dan in april en juni, wat erop wijst dat specifieke maatschappelijke gebeurtenissen tijdelijk aanleiding gaven tot een toename van complot- en misleidende narratieven.

barchart 0 0.2K 0.4K 0.6K 0.8K 1K PROFANITY RIDICULE CONTEMPT RACISM SEXISM POLITICS RELIGION THREAT UNTRUTH score > 0.8 (± 45) > 0.2 (± 1K) = 0.0 (± 25K)
Number of toxic messages by category – © EOOH

Een tweede opvallende bevinding is dat de verhouding tussen de verschillende categorieën gedurende het kwartaal nauwelijks verandert. Hoewel het totale aantal berichten afneemt van april naar juni, blijft de rangorde vrijwel identiek. Dit suggereert dat de onderliggende dynamiek van online toxiciteit stabiel is: politieke gebeurtenissen zorgen weliswaar voor schommelingen in het volume van de discussies, maar veranderen nauwelijks welke vormen van vijandigheid dominant zijn. Politieke polarisatie blijft de belangrijkste drijvende kracht, terwijl belediging, racisme, religieuze vijandigheid en bedreigingen daar structureel mee verweven blijven.

 

Conclusie

De analyses van het tweede kwartaal van 2026 laten zien dat politieke discussies de belangrijkste aanjager van online toxiciteit blijven. Hoewel het totale aantal berichten gedurende het kwartaal afneemt, verandert de aard van de online discussies nauwelijks. Politieke onderwerpen vormen consequent de context waarbinnen toxische uitingen ontstaan, waarbij beledigende taal, racistische uitingen, religieuze vijandigheid en bedreigingen structureel met elkaar verweven blijven.

Opvallend is dat het algemene toxiciteitsniveau relatief laag blijft. Slechts een zeer klein deel van de berichten bereikt een hoge toxiciteitsscore. De grootste uitdaging ligt dan ook niet zozeer in een grote hoeveelheid extreem haatdragende berichten, maar in de voortdurende aanwezigheid van licht tot matig toxische communicatie. Beledigingen, ontmenselijkende taal, bedreigingen en polariserende retoriek komen gedurende het gehele kwartaal veelvuldig voor en dragen bij aan de normalisering van vijandige online communicatie.

De analyses laten daarnaast zien dat de onderliggende narratieven opmerkelijk stabiel blijven. Discussies over nationale politiek, migratie, religie en internationale conflicten domineren het online debat gedurende de gehele onderzoeksperiode. Tegelijkertijd verschuiven de concrete onderwerpen waarop deze discussies betrekking hebben. Vooral het conflict in het Midden-Oosten blijft een belangrijke katalysator voor online polarisatie, waarbij antisemitische en anti-islamitische narratieven regelmatig terugkeren. Daarnaast blijven ook anti-migratieretoriek, complotdenken en identiteitsgerichte aanvallen zichtbaar binnen dezelfde politieke discussies.

Een belangrijke bevinding is dat verschillende vormen van online haat steeds vaker samen voorkomen. Racisme, antisemitisme, anti-islamitische uitingen, seksisme en bedreigingen verschijnen zelden geïsoleerd, maar maken onderdeel uit van bredere politieke discussies waarin meerdere vijandbeelden tegelijkertijd worden geactiveerd. Hierdoor ontstaat een online discours waarin maatschappelijke tegenstellingen elkaar versterken en verschillende vormen van discriminatie en uitsluiting samenkomen.

Ten slotte laat het tweede kwartaal zien dat een afname van het totale aantal berichten niet automatisch leidt tot een afname van online haat. Hoewel de online activiteit na april afneemt, blijven de verhoudingen tussen de verschillende toxische categorieën vrijwel onveranderd. Dit wijst erop dat online toxiciteit geen tijdelijk fenomeen is dat uitsluitend samenhangt met afzonderlijke gebeurtenissen, maar een structureel onderdeel vormt van het online maatschappelijke debat. Actuele politieke en internationale ontwikkelingen bepalen vooral de intensiteit en de concrete invulling van de discussies, terwijl de onderliggende patronen van polarisatie en vijandigheid grotendeels constant blijven.

Deze bevindingen onderstrepen het belang van continue monitoring van online haat. Alleen door ontwikkelingen over langere tijd te volgen kan worden vastgesteld hoe maatschappelijke en politieke gebeurtenissen bestaande haatnarratieven beïnvloeden, welke groepen doelwit blijven van online vijandigheid en op welke momenten online discussies het risico lopen verder te escaleren.

Next
Next

Eerste kwartaal 2026 data