In het derde kwartaal van 2026 verzamelde de Nederlandse Cyber Hate Neutralization Hub in totaal 19.053 online berichten, verspreid over de maanden juli, augustus en september. Het aantal gemonitorde berichten nam gedurende het kwartaal aanzienlijk toe: van 4.702 in juli en 5.181 in augustus naar 9.170 in september. Daarmee was september verantwoordelijk voor bijna de helft (48,1%) van alle verzamelde berichten in dit kwartaal. Ten opzichte van augustus steeg het aantal berichten met maar liefst 77%. Deze toename wijst op een duidelijke groei in de hoeveelheid online discussies die door de Hub werden gemonitord. De grootste piek werd geregistreerd op 16 september.
Ondanks de sterke toename van het aantal berichten bleef de gemiddelde toxiciteit opvallend stabiel. In alle drie de maanden bedroeg de gemiddelde toxiciteitsscore 0,20, wat relatief laag is. Ook het aandeel zeer toxische berichten, met een score boven 0,8, bleef beperkt. Over het gehele kwartaal werden 45 berichten in deze categorie geïdentificeerd, ongeveer 0,24% van het totaal. Dit betekent echter niet dat schadelijke uitingen nauwelijks voorkwamen. De analyse laat zien dat online haat zich niet uitsluitend manifesteert in expliciete bedreigingen of extreem vijandige taal, maar ook in meer subtiele vormen van minachting, stereotypering, beledigingen en discriminerende uitspraken. Juist deze minder expliciete vormen kunnen bijdragen aan de normalisering van vijandige beeldvorming over bepaalde bevolkingsgroepen.
Wanneer we de afzonderlijke maanden vergelijken, worden interessante verschuivingen zichtbaar in de aard van de toxische uitingen. In juli waren racisme, grof taalgebruik, politieke vijandigheid en seksisme belangrijke kenmerken van de gemonitorde berichten. Opvallend was bovendien dat politieke inhoud relatief vaak samenging met bedreigende taal. In augustus verschoof het zwaartepunt naar uitingen van minachting (contempt), die in ongeveer 15% van de berichten werden herkend, naast spot, beledigingen en racisme. Ook werd in deze maand een opvallende combinatie van politieke inhoud en vijandigheid tegenover Joden vastgesteld. In september bleven minachting, politieke vijandigheid en beledigend taalgebruik prominent aanwezig, terwijl politieke en religieuze onderwerpen opnieuw de meest voorkomende combinatie vormden. Deze ontwikkelingen illustreren hoe verschillende vormen van online haat verweven raken met bredere maatschappelijke en politieke discussies.
Een ander aandachtspunt is de aanwezigheid van bedreigende taal en expliciet antisemitische uitingen. Het aandeel berichten waarin bedreigende taal werd herkend, lag in juli en augustus rond de 3%, maar steeg in september naar 4%. Hoewel deze stijging relatief beperkt lijkt, betekent dit dat bedreigende taal ook in een periode met een stabiele gemiddelde toxiciteitsscore een terugkerend onderdeel van online discussies blijft. Daarnaast vallen in september verschillende expliciet antisemitische uitdrukkingen op binnen de geïdentificeerde toxische trefwoorden, waaronder directe oproepen tot geweld tegen Joden en verwijzingen naar de Holocaust. De combinatie van politieke discussies, religieuze onderwerpen en antisemitische taal verdient bijzondere aandacht, omdat deze kan wijzen op de manier waarop vijandige stereotypen en extremere uitingen binnen bredere discussies circuleren.
De resultaten van het derde kwartaal laten daarmee een belangrijk onderscheid zien tussen de omvang van online discussies, de gemiddelde toxiciteit en de specifieke vormen van haat die daarin voorkomen. Terwijl het aantal gemonitorde berichten in september sterk toenam, bleef de gemiddelde toxiciteit onveranderd. Tegelijkertijd tonen de maandelijkse analyses aan dat de aard van de vijandige uitingen veranderde, met een terugkerende rol voor politieke en religieuze onderwerpen, minachting en antisemitisme. Dit onderstreept het belang van monitoring die verder kijkt dan uitsluitend de gemiddelde toxiciteitsscore. Door ook de inhoud, context en onderlinge samenhang van schadelijke narratieven te onderzoeken, kan beter inzicht worden verkregen in hoe online haat zich ontwikkelt en welke maatschappelijke spanningen daarin zichtbaar worden.
Terugkerende patronen in toxische botcontent
De onderstaande woordwolken tonen de 50 meest voorkomende toxische trefwoorden over het hele derde kwartaal in 2026 and in juli, augustus en september. De grootte van elk woord weerspiegelt hoe vaak het voorkomt ten opzichte van de andere termen.
Een vergelijking van de vier wordclouds van toxische botcontent laat zien dat geweld, politieke polarisatie en identiteitsgerelateerde onderwerpen voortdurend terugkeren in de gemonitorde berichten. Woorden als geweld, dood, moord, slachtoffers en vermoord zijn prominent aanwezig in vrijwel alle datasets. Daarnaast komen termen als politiek, links, rechts en steekpartij regelmatig voor, wat wijst op een sterke verwevenheid van gewelddadige taal en politieke discussies. Opvallend is ook de terugkerende aanwezigheid van boeren, islamitische, moslims en Nederlander. Dit suggereert dat zowel nationale identiteit als religieuze en maatschappelijke tegenstellingen belangrijke thema's zijn binnen de gemonitorde botcontent. Hoewel de nadruk per dataset enigszins verschilt, bijvoorbeeld door de grotere zichtbaarheid van moslims, genocide en islamisering in de derde wordcloud, blijft het algemene patroon opvallend consistent. De combinatie van gewelddadige terminologie, politieke tegenstellingen en verwijzingen naar specifieke bevolkingsgroepen laat zien hoe verschillende polariserende onderwerpen binnen deze online omgeving samenkomen. Tegelijkertijd is voorzichtigheid geboden bij de interpretatie: de aanwezigheid van woorden als geweld of moord betekent niet automatisch dat berichten geweld verheerlijken of aanmoedigen. Daarvoor is aanvullende contextuele analyse nodig. De resultaten bieden vooral aanknopingspunten om verder te onderzoeken in hoeverre botcontent bijdraagt aan de verspreiding en versterking van vijandige en polariserende narratieven.
De vier wordclouds laten niet alleen vergelijkbare onderwerpen zien, maar ook een opvallende herhaling van specifieke woorden. Vooral boeren, islamitische, geweld en slachtoffers zijn telkens prominent aanwezig. Dat kan wijzen op een terugkerend thematisch patroon binnen de gemonitorde botcontent.
Ontwikkelingen in de aard van toxische botcontent
Een vergelijking van de verschillende toxiciteitscategorieën laat zien dat de aard van de gemonitorde toxische botcontent gedurende het derde kwartaal van 2026 op verschillende punten veranderde. Vooral augustus valt op door hogere scores binnen de categorieën racisme, religie en antisemitisme. De score voor racisme steeg van 0,35 in juli naar 0,40 in augustus, terwijl de score voor religie verdubbelde van 0,15 naar 0,30. De meest opvallende ontwikkeling vond plaats binnen de categorie antisemitisme, waar de score toenam van 0,20 in juli naar 0,50 in augustus. In september daalden deze scores opnieuw, naar respectievelijk 0,35 voor racisme, 0,20 voor religie en 0,25 voor antisemitisme. Deze schommelingen zijn interessant omdat de gemiddelde toxiciteitsscore van alle gemonitorde berichten gedurende het gehele kwartaal stabiel bleef op 0,20. Dit laat zien dat achter een relatief constante algemene toxiciteitsscore belangrijke verschillen tussen specifieke vormen van schadelijke content zichtbaar kunnen worden.
Ook de bijbehorende trefwoorden laten interessante patronen zien. Binnen de categorie racisme keren termen als islamitische, moslims en dikke regelmatig terug, terwijl in augustus ook binnen de categorie religie woorden als islamitische, jihad en Israël prominent aanwezig zijn. In dezelfde maand worden binnen de categorie antisemitisme vooral Hamas, Israël en antisemitisme genoemd. Deze bevindingen wijzen op een sterke aanwezigheid van religieuze en geopolitieke onderwerpen binnen de geclassificeerde botcontent. Daarnaast komen binnen de categorie onwaarheden termen als omvolking, genocide, elite en de overheid voor. Dit biedt aanknopingspunten voor verder onderzoek naar de aanwezigheid van complottheorieën en polariserende narratieven. De trefwoorden op zichzelf zijn echter onvoldoende om vast te stellen of berichten daadwerkelijk antisemitisch, racistisch of misleidend zijn; daarvoor is ook de context van de afzonderlijke berichten noodzakelijk.
Andere categorieën laten juist een relatief stabiel beeld zien. Minachting (contempt) blijft gedurende het gehele kwartaal een belangrijke vorm van toxiciteit, met scores tussen 0,30 en 0,35. Ook spot, seksisme en bedreigende taal blijven terugkerende elementen. Vooral woorden als boeren, hond, belachelijk en onzin komen regelmatig voor in de categorieën minachting en spot, terwijl termen als geweld, slachtoffers, moord en vermoord terugkeren binnen de categorie bedreiging. Opvallend is dat de score voor bedreiging gedurende alle drie de maanden gelijk bleef op 0,20, ondanks de sterke toename van het aantal gemonitorde berichten in september.
Gezamenlijk laten de resultaten zien dat toxische botcontent niet uitsluitend wordt gekenmerkt door expliciete bedreigingen of gewelddadige taal, maar ook door terugkerende uitingen van minachting, beledigingen en politieke en identiteitsgerelateerde tegenstellingen. Vooral de tijdelijke hogere scores voor racisme, religie en antisemitisme in augustus verdienen verdere aandacht. De bevindingen onderstrepen het belang van monitoring die verder kijkt dan de gemiddelde toxiciteitsscore en ook onderzoekt welke vormen van vijandigheid op specifieke momenten sterker naar voren komen.
Politieke discussies, minachting en bedreigende taal domineren de gemonitorde botcontent
De verdeling van de gemonitorde berichten over verschillende toxiciteitscategorieën laat zien dat politieke onderwerpen gedurende het derde kwartaal van 2026 een centrale rol speelden in de online discussies. In alle drie de maanden vormde politiek de grootste categorie, met een duidelijke toename van het absolute aantal berichten in september. Opvallend is echter dat een groot deel van de politiek geclassificeerde berichten geen verhoogde toxiciteitsscore had. Dit laat zien dat politieke onderwerpen weliswaar sterk vertegenwoordigd zijn binnen de gemonitorde botcontent, maar dat politieke inhoud op zichzelf niet noodzakelijk toxisch is. De combinatie met andere categorieën, zoals minachting, racisme of bedreigende taal, is daarom belangrijk om de aard van deze discussies beter te begrijpen.
Wanneer specifiek wordt gekeken naar berichten met een verhoogde toxiciteitsscore, ontstaat een ander beeld. Vooral minachting (contempt) en spot (ridicule) vallen op. In juli en augustus bevatten deze categorieën relatief veel berichten met een toxiciteitsscore boven 0,20. Ook in september bleven beide categorieën duidelijk aanwezig. Dit suggereert dat vijandige botcontent zich niet uitsluitend uit in expliciete bedreigingen of discriminerende uitspraken, maar ook in beledigingen, denigrerende opmerkingen en het belachelijk maken van personen of groepen. Deze vormen van vijandigheid kunnen bijdragen aan een online omgeving waarin agressieve en polariserende communicatie steeds gebruikelijker wordt.
Ook bedreigende taal vormt een terugkerend onderdeel van de gemonitorde content. In alle drie de maanden werden berichten geïdentificeerd binnen de categorie bedreiging (threat), waarbij zowel berichten zonder verhoogde toxiciteitsscore als berichten met een score boven 0,20 voorkwamen. De categorie blijft in absolute aantallen kleiner dan politiek, maar is wel duidelijk aanwezig naast racisme, religie en seksisme. In combinatie met de eerdere analyse van de trefwoorden, waarin termen als geweld, dood, moord en slachtoffers regelmatig voorkwamen, onderstreept dit het belang van verdere contextuele analyse van gewelddadige taal. Niet iedere verwijzing naar geweld vormt immers een bedreiging of oproep tot geweld.
De maandelijkse vergelijking laat verder zien dat de toename van het totale aantal gemonitorde berichten in september niet gepaard ging met een evenredige toename van sterk toxische content. De grafieken laten juist zien dat de meeste berichten binnen de afzonderlijke categorieën geen verhoogde toxiciteitsscore hadden, terwijl slechts een klein deel van alle gemonitorde berichten een score boven 0,80 bereikte. In combinatie met de eerder vastgestelde stabiele gemiddelde toxiciteitsscore van 0,20 bevestigt dit dat een groei in de hoeveelheid online content niet automatisch betekent dat de gemiddelde ernst van de toxiciteit toeneemt.
Gezamenlijk laten de resultaten zien dat politieke discussies een belangrijke context vormen voor de gemonitorde botcontent, terwijl minachting, spot en bedreigende taal terugkerende kenmerken zijn van de meer toxische berichten. De bevindingen benadrukken dat het monitoren van online haat niet alleen moet draaien om de meest extreme uitingen, maar ook om minder expliciete vormen van vijandigheid die binnen bredere politieke en maatschappelijke discussies circuleren.
Conclusie
De monitoringresultaten over het derde kwartaal van 2026 laten zien dat online haat en polariserende uitingen een terugkerend onderdeel vormen van de gemonitorde botcontent. Hoewel het aantal verzamelde berichten gedurende het kwartaal aanzienlijk toenam, van 4.702 in juli naar 9.170 in september, bleef de gemiddelde toxiciteitsscore stabiel op 0,20. Dit laat zien dat een toename in het volume van online berichten niet noodzakelijk gepaard gaat met een stijging van de gemiddelde toxiciteit. Tegelijkertijd maken de analyses duidelijk dat achter deze stabiele score belangrijke verschillen schuilgaan in de aard en ernst van schadelijke uitingen.
Een opvallende bevinding is de centrale rol van politieke en maatschappelijke tegenstellingen. Politieke onderwerpen vormen gedurende het gehele kwartaal de grootste categorie, terwijl minachting, spot en beledigend taalgebruik terugkerende kenmerken zijn van de meer toxische berichten. Daarnaast laten de resultaten zien dat geweldsgerelateerde terminologie, racisme en identiteitsgerelateerde onderwerpen regelmatig voorkomen. Vooral de terugkerende verwijzingen naar religie, nationale identiteit en politieke tegenstellingen vallen op. Dit suggereert dat verschillende vormen van vijandigheid binnen dezelfde online discussies samenkomen en mogelijk bijdragen aan de versterking van polariserende narratieven.
De maandelijkse vergelijking laat bovendien zien dat specifieke vormen van toxiciteit sterk kunnen fluctueren, zelfs wanneer de gemiddelde toxiciteit stabiel blijft. Vooral augustus valt op door hogere scores voor racisme, religie en antisemitisme. De terugkerende aanwezigheid van termen als islamitische, moslims, Israël, Hamas en genocide onderstreept het belang van verdere analyse van de manier waarop religieuze en geopolitieke onderwerpen worden besproken.
De belangrijkste conclusie is dat de ontwikkeling van online haat niet uitsluitend kan worden afgemeten aan het aantal berichten of de gemiddelde toxiciteitsscore. Juist de terugkerende aanwezigheid van minachting, politieke vijandigheid en identiteitsgerelateerde tegenstellingen verdient aandacht, ook wanneer deze uitingen niet als extreem toxisch worden geclassificeerd. De resultaten benadrukken daarom het belang van structurele monitoring die zowel kwantitatieve ontwikkelingen als de inhoud en context van online discussies onderzoekt. Voor de Hub ligt de meerwaarde niet alleen in het signaleren van expliciete haat en bedreigingen, maar ook in het zichtbaar maken van terugkerende patronen die mogelijk bijdragen aan de normalisering van vijandige en polariserende communicatie.